WONEN IN ITALIË – Een ongelukje

Na tien dagen Nederland ben ik weer thuis. Bij aankomst stoof ik de Via Galliano in en bracht m'n auto pal voor de voordeur tot stilstand. Zo kon ik alles uitladen en meteen binnen zetten.

Terwijl ik koffer, boodschappenmand en beautycase naar buiten trok en even naast de auto neerzette, kwam daar luid miauwend mijn Pino aanrennen. Ik haalde hem aan en bracht vervolgens alle spullen naar binnen. Dacht ik....

Toen kroop ik weer achter het stuur om de auto op zijn plekje naast het huis te zetten. Gaf gas en schoot vooruit. Ik voelde wat weerstand en hoorde een schurend geluid. Het leek wel of er iets onder de auto terecht gekomen was. Ik stapte uit en zag mijn groene beautycase, half plat gereden, onder één van de wielen van de auto.

Manuela en Silvana kwamen aanrennen. Met z'n drieën zagen we de inhoud van het koffertje verspreid op straat liggen: nagellak, oorbellen, kettingen, een ingedeukte fles bodymilk, haarborstel....

Alles was nog heel. Ik heb het toilet-koffertje zeker 55 jaar geleden met Sinterklaas van m'n vader gekregen. Mijn vriendin Marianne, met wie ik vaak op vakantie ga, vroeg regelmatig: wanneer koop je nu eens een nieuwe beautycase?

Maar ik kon er niet van scheiden. Ook al begaf het slot het nogal eens en rolde de hele inhoud over straat of door de gang van een hotel. Maar nu is ie dan toch echt overleden. Gebutst, gescheurd en uit z'n model.

Marianne, ik breng hem morgen naar de stort.

Een dag na thuiskomst had ik al meteen een parochie-uitstapje. De koster van de kerk, Carla Caretto, had me gevraagd of ik een keer mee wilde gaan. "En misschien wil ook één van je buitenlandse vrienden mee" voegde ze aan haar uitnodiging toe.

Mijn Duitse vriendin Christa wilde graag mee. Als er iets Italiaans is dan is het wel het jaarlijkse uitstapje van de kerk, dat wilde ze meemaken. "Voor mijn ouders waren er twee hoogtepunten per jaar" vertelde mijn vriend Oreste eens. "Het parochie-uitje en het zomerfeest van de Italiaanse Communistische Partij." En dat ging prima samen.

Deelname aan het uitstapje betekende dat ik vroeg m'n bed uit moest, want de bus zou 's ochtends om twintig over zes vertrekken. Dus liepen Grazia en ik bij het krieken van de dag naar het verzamelpunt. Stipt op tijd reden we Mombarcaro uit om in Sale San Giovanni, Ceva en Priero de andere deelnemers op te halen.

We waren met 48 man en natuurlijk met pastoor Don Aldo. Toen die, na een welkomstwoord, tot mijn schrik een 'Wees Gegroet Maria' aanhief en iedereen gehoorzaam inviel, vreesde ik even het ergste.

Gelukkig bleef het qua religieuze uitingen hierbij. Het doel van ons uitje was natuurlijk wel weer heel religieus, het blijft een parochie-uitje, maar ik moet zeggen ook heel interessant. We bezochten het San Michele klooster ten noorden van Turijn.

Het ligt boven op de top van een berg. Je snapt niet hoe ze het daar ooit hebben kunnen bouwen. Het betekende voor ons wel flink trappen lopen. Voor een tiental ouderen was er een lift.

De gids vertelde over de geschiedenis van het gebouw dat, behalve een klooster, ook bewoond was geweest door de adellijke familie Savoia. Nu was het weer deel van een kloosterorde. Ooit was er een vrouw van de toren gesprongen in de overtuiging dat ze wel door aartsengel Michael gered zou worden, maar dat viel tegen. Als troost hadden ze de toren naar haar vernoemd.

Met Italianen hoef je nooit bang te zijn dat je met een broodje of een picknick wordt afgescheept. Nee, voor de lunch gingen we naar een restaurant aan het meer van Avigliano waar we ons door een zesgangendiner heen aten.

Vervolgens reden we, een deel snurkend, naar de pelgrimsplaats die voor de middag op het programma stond. We keutelden er wat rond, aten een ijsje en kletsten met elkaar. Grazia genoot. Een dag geen kleinkinderen, geen verplichtingen.

Na een eindeloze terugreis, vol plaspauzes en stopplaatsen waar mensen afgezet moesten worden, waren we om 9 uur terug in Mombarcaro. We omhelsden elkaar of we 14 dagen met elkaar op vakantie waren geweest. Dat parochie-uitje, dat wordt vaste prik.



  • De beslissing
  • Jarenlang was het een droom. Een huis in Italië. Op vakantie stond ik steevast lang voor de etalage van de makelaar ter plaatse. Maar het moment was (nog) niet geschikt. Ik werkte nog, mijn geliefde was ziek, m’n ouders hadden steeds meer zorg nodig. Ik bleef dromen en fantaseren, allemaal heel veilig. Jaar na jaar ging voorbij. Er gebeurde veel. Cor ging dood, ik maakte een voettocht naar Rome, werd ontslagen en toen was daar opeens het moment van: nu of nooit.